Met MAB-materiaal maak je rekenen letterlijk zichtbaar: kinderen leggen eenheden, tientallen, honderdtallen en duizendtallen neer en zien zo waar een getal uit bestaat. Dat is vooral waardevol als een kind sommen wel kan nazeggen, maar nog weinig grip heeft op plaatswaarde, ruilen en het verschil tussen hoeveelheid en cijfer. In dit artikel laat ik zien hoe je dit materiaal inzet bij rekenen en dyscalculie, welke varianten zinvol zijn en waar je op moet letten om er echt leerwinst uit te halen.
Wat je met MAB-materiaal direct wilt bereiken
- plaatswaarde zichtbaar maken met eenheden, tientallen, honderdtallen en duizendtallen
- optellen en aftrekken stap voor stap concreet maken
- meer houvast geven bij hardnekkige rekenproblemen en dyscalculie
- de brug slaan van handelen naar tekenen en daarna naar sommen op papier
- een passende variant kiezen voor thuis of op school
Wat MAB-materiaal precies doet in het rekenonderwijs
MAB staat voor Multibase Arithmetic Blocks. Het materiaal bestaat meestal uit losse blokjes voor eenheden, staafjes voor tientallen, vierkanten voor honderdtallen en soms kubussen voor duizendtallen. Het voordeel is simpel maar groot: een kind ziet niet alleen een getal, maar ook hoe dat getal is opgebouwd binnen het tientallig stelsel.
Ik gebruik het vooral wanneer tellen nog te los staat van begrip. Een leerling kan dan misschien zeggen dat 347 een groot getal is, maar heeft nog niet door dat het gaat om 3 honderdtallen, 4 tientallen en 7 eenheden. Zodra dat inzicht er wel komt, wordt rekenen minder willekeurig en veel beter controleerbaar. Dat is precies de winst van concreet materiaal: het maakt een abstract idee hanteerbaar.
Ook oudere leerlingen kunnen er baat bij hebben. Als de basis ooit niet goed is verankerd, helpt het weinig om alleen sneller of harder te oefenen. Dan moet je eerst terug naar de structuur van het getal. Daarna kun je pas weer vlotter rekenen met cijfers alleen.
Vanuit die basis wordt meteen duidelijk waarom het materiaal zo vaak wordt ingezet bij sommen en rekenproblemen.

Hoe het plaatswaarde en sommen zichtbaar maakt
De kracht van MAB zit niet alleen in tellen, maar juist in het zien van relaties. Een tiental is geen willekeurig staafje; het staat voor tien losse eenheden. Een honderdtal is weer tien tientallen. Wie dat eenmaal fysiek heeft neergelegd, begrijpt veel sneller waarom ruilen of lenen bij optellen en aftrekken nodig is.
Getallen opbouwen
Neem 347. Met MAB leg je eerst 3 honderdtallen, daarna 4 tientallen en 7 eenheden. Een leerling ziet dan meteen dat 307 niet hetzelfde is als 370, ook al lijken de cijfers op papier misschien dicht bij elkaar. Dat verschil is voor veel kinderen lastiger dan het lijkt, en juist daar maakt het materiaal het inzicht tastbaar.
Lees ook: Cijferend aftrekken - Zo werkt het (ook bij dyscalculie)
Optellen en aftrekken
Bij 23 + 14 leg je 2 tientallen en 3 eenheden, plus 1 tiental en 4 eenheden. Samen krijg je 3 tientallen en 7 eenheden: 37. Bij 52 - 18 zie je dat je eerst een tiental moet omruilen voor 10 eenheden. Dat is geen trucje, maar een manier om de som logisch te laten verlopen. Het kind ziet waarom een stap nodig is, in plaats van die alleen maar te onthouden.
Ook bij vermenigvuldigen en verdelen kan het helpen om groepen blokjes te maken, maar daar schuif je sneller door naar schema’s en herhaalde optelling. Die zichtbaarheid is precies wat rekenen met MAB sterk maakt bij kinderen die nog zoekende zijn in plaats van meteen zeker. En dat brengt ons bij de vraag waarom dit juist bij dyscalculie vaak zo nuttig is.
Waarom dit vaak goed werkt bij rekenproblemen en dyscalculie
Bij dyscalculie gaat het meestal niet om onwil of te weinig oefening, maar om hardnekkige moeite met getalinzicht, automatiseren of het koppelen van hoeveelheid aan symbool. Het ERWD-protocol legt daarom veel nadruk op werken met concreet en schematisch materiaal voordat je volledig abstract gaat rekenen. Dat sluit goed aan bij het CSA-principe: eerst concreet, dan schematisch, daarna abstract.
Ik zie daar in de praktijk drie duidelijke voordelen. Ten eerste verlaagt het materiaal de denkdruk: een kind hoeft minder in het hoofd vast te houden. Ten tweede helpt het om fouten te controleren, omdat de aantallen letterlijk voor je liggen. En ten derde maakt het taal concreter, bijvoorbeeld bij woorden als eenheden, tientallen, samenvoegen, ruilen en verschil.
Maar ik zou MAB nooit neerzetten als wondermiddel. Als een leerling alleen blokjes kan schuiven zonder uit te leggen wat die voorstellen, dan is het begrip nog niet echt geland. In dat geval moet je terug naar taal, tekeningen en een getallenlijn. MAB is een brug, geen eindstation.
Daarom werkt het alleen goed als de aanpak zelf ook strak en voorspelbaar is.
Zo gebruik je het thuis of in de klas zonder ruis
Ik houd de aanpak graag eenvoudig. Niet te veel materiaal, niet te veel doelen tegelijk en zeker niet te veel talen of kleuren door elkaar. Voor kinderen met rekenproblemen is voorspelbaarheid vaak belangrijker dan afwisseling.
- Kies één rekengebied, bijvoorbeeld getallen tot 20, tot 100 of tot 1000.
- Gebruik steeds dezelfde woorden voor de onderdelen van het getal.
- Laat het kind eerst bouwen, daarna verwoorden en pas daarna opschrijven.
- Leg dezelfde som vervolgens ook schematisch vast met streepjes, vakjes of een getallenlijn.
- Werk kort en gericht: ik zou meestal 10 tot 15 minuten per oefenmoment aanhouden.
- Sluit af met 2 of 3 sommen zonder materiaal, zodat je ziet of het begrip mee beweegt.
Een simpel voorbeeld helpt. Vraag niet alleen: “Wat is 26?” maar ook: “Hoe zie je dat in tientallen en eenheden?” Of bij optellen: “Wat gebeurt er als we 9 eenheden er nog bij leggen?” Daardoor oefen je niet alleen de uitkomst, maar ook de denkwijze erachter.
Als die volgorde eenmaal vaststaat, kun je kiezen welk soort materiaal het best past bij de situatie.
Welke variant past bij jouw situatie
Ik kijk bij de keuze meestal naar drie dingen: wie ermee werkt, hoe vaak het gebruikt wordt en of het vooral voor handelen of voor instructie is. In Nederlandse webshops zie je momenteel grofweg deze opties en prijsklassen.
| Variant | Wanneer zinvol | Sterk punt | Beperking | Indicatieve prijs |
|---|---|---|---|---|
| Losse blokjes en staafjes | Thuis of voor korte oefenmomenten | Goedkoop en flexibel | Minder overzicht bij grotere getallen | Vanaf circa €5,50 per 100 blokjes |
| Individuele set | Extra ondersteuning of zelfstandig oefenen | Compact en direct inzetbaar | Beperkte omvang voor grotere sommen | Rond €18,25 |
| Assortimentset of basisset | Klas, extra ondersteuning of een breder oefenpakket | Meer variatie in onderdelen | Duurder en meer om op te bergen | Ongeveer €27,75 tot €58 |
| Magnetische set of bordmateriaal | Klassikale instructie of digibordgebruik | Goed zichtbaar voor de groep | Minder handelend voor het kind zelf | Rond €34,25 en hoger |
Voor thuis is een kleine set vaak genoeg. Voor school of begeleiding kies ik liever iets dat je kunt uitbreiden, zodat je niet telkens tegen een tekort aan blokjes aanloopt. De prijsverschillen zijn stevig, maar ze zeggen niet alles: een goed gekozen kleine set die echt gebruikt wordt, is waardevoller dan een grote doos die in een kast verdwijnt.
Welke variant je ook kiest, er zijn een paar fouten die ik opvallend vaak zie terugkomen.
De fouten die ik het vaakst zie en hoe je ze voorkomt
- Te snel stoppen met bouwen en te vroeg overschakelen naar kale sommen op papier.
- Te veel kleuren, regels of materiaalsoorten tegelijk gebruiken.
- Alleen laten schuiven, zonder dat het kind hardop moet uitleggen wat het doet.
- Blijven tellen van blokje naar blokje, terwijl de structuur van tientallen en eenheden nog niet is benoemd.
- Niet doorbouwen naar schema’s, tekeningen en de getallenlijn.
- MAB gebruiken als speelgoed in plaats van als rekenhulpmiddel met een duidelijk doel.
Mijn vuistregel is eenvoudig: als een leerling het materiaal leuk vindt maar de som nog steeds niet kan navertellen, dan zit je nog te veel in het handelen en te weinig in het begrijpen. Juist daarom moet je altijd een stap verder denken dan het materiaal zelf.
Als je die valkuilen vermijdt, kun je na enkele oefenmomenten al zien of het inzicht echt begint te landen.
Wat je na een paar oefenmomenten al mag verwachten
Na een eerste reeks korte sessies hoop ik meestal op kleine, maar duidelijke signalen. Een kind kan dan bijvoorbeeld 42 benoemen als 4 tientallen en 2 eenheden zonder alles opnieuw te hoeven tellen. Of het kan bij een som uitleggen waarom er eerst omgewisseld moet worden. Dat zijn geen spectaculaire sprongen, maar wel precies de signalen dat het getalinzicht steviger wordt.
Zie je na 2 of 3 weken nog nauwelijks verschil, ondanks korte en heldere oefenmomenten, dan is het verstandig om niet alleen het materiaal te bekijken maar ook de instructie en de basisvaardigheid erachter. Soms helpt een andere uitlegvorm, soms is extra diagnostiek of ondersteuning nodig. Het doel is niet om met blokjes te blijven werken, maar om rekenen uiteindelijk zelfstandiger en rustiger te maken.
Daarom zie ik MAB-materiaal vooral als een praktisch tussenstation: precies sterk genoeg om het abstracte begrijpelijk te maken, zolang je het koppelt aan taal, schema’s en herhaling.