• Taal en spelling
  • Onvoltooid deelwoord uitgelegd met voorbeelden en oefentips

Onvoltooid deelwoord uitgelegd met voorbeelden en oefentips

Katelyn Wintheiser

Katelyn Wintheiser

|

23 oktober 2026

Uitleg over het vervoegen van werkwoorden in de verleden tijd, met voorbeelden van het onvoltooid deelwoord.

Een kind leest De jongen loopt lachend naar school en vraagt zich af waarom lachend geen gewoon werkwoord lijkt. Het onvoltooid deelwoord is een werkwoordsvorm die een handeling beschrijft die gelijktijdig met een andere handeling plaatsvindt. Hieronder leg ik uit hoe je deze vorm maakt, wanneer je hem gebruikt, hoe je hem onderscheidt van het voltooid deelwoord en welke aanpak helpt bij dyslexie.

Zo herken en gebruik je deze werkwoordsvorm

  • Vorming: neem het hele werkwoord en voeg -d toe.
  • Voorbeelden: lachen wordt lachend, lopen wordt lopend en zingen wordt zingend.
  • Betekenis: de handeling gebeurt meestal tegelijk met de hoofdhandeling.
  • Verschil: lachend beschrijft een lopende handeling, terwijl gelachen naar een afgeronde handeling verwijst.
  • Let op: bij gebruik vóór een zelfstandig naamwoord komt vaak nog een -e achter de vorm.

Wat betekent onvoltooid deelwoord precies

De grammaticale term verwijst naar een vorm van het werkwoord die meestal laat zien dat een handeling nog bezig is of tegelijk met iets anders gebeurt. Daarom wordt deze vorm ook wel het tegenwoordig deelwoord genoemd. In de zin Het meisje fietst zingend naar huis fietst het meisje en zingt zij op hetzelfde moment.

De vorm gedraagt zich in een zin vaak als een bijvoeglijke bepaling of als een bepaling van wijze. Hij vertelt bijvoorbeeld hoe iemand iets doet, zoals in De jongen liep fluitend door de gang. Het deelwoord benoemt hier niet de hoofdhandeling, want dat is liep, maar geeft extra informatie over de manier waarop die handeling plaatsvindt.

Ik merk dat kinderen deze vorm soms verwarren met een gewoon werkwoord, omdat hij er herkenbaar uitziet als een actie. Een handige eerste stap is daarom om in iedere zin eerst de persoonsvorm te zoeken. Daarna kijk je welk woord extra vertelt wat iemand tijdens die handeling doet.

Hoe vorm je de juiste vorm

De basisregel is overzichtelijk. Neem het hele werkwoord en voeg de letter d toe. Zo ontstaan de volgende vormen:

Hele werkwoord Vorm Voorbeeldzin
lachen lachend Het kind kwam lachend binnen.
lopen lopend Hij ging lopend naar de winkel.
zingen zingend Ze fietste zingend door het park.
lezen lezend De jongen zat lezend op de bank.
slapen slapend De baby viel slapend in slaap.

De spelling verandert dus niet door de persoonsvorm. Je schrijft wordend met een d, ook al schrijf je in een andere zin hij wordt met dt. Dat zijn twee verschillende werkwoordsvormen met een andere functie. De spelling lachent of lopent is daarom fout.

Bij sommige werkwoorden klinkt de vorm wat minder alledaags, zoals zijnde of gaande. In gewone gesprekken kiezen we dan vaak voor een andere formulering. Dat maakt de regel zelf niet anders, maar wel het taalgevoel rond de zin.

Wanneer gebruik je deze vorm in een zin

De meest voorkomende toepassing is een extra beschrijving van een handeling. De twee acties gebeuren dan meestal tegelijk en hebben hetzelfde onderwerp. In De leerling liep huppelend naar de klas is de leerling degene die zowel loopt als huppelt.

De vorm kan ook vóór een zelfstandig naamwoord staan. Dan krijgt hij meestal een -e, net als een bijvoeglijk naamwoord. Vergelijk een huilend kind met het huilende kind en de groeiende plant. De basis blijft hetzelfde, maar de uitgang past zich aan de plaats in de zin aan.

  • Na het zelfstandig naamwoord: Het kind liep huilend naar buiten.
  • Voor het zelfstandig naamwoord: Het huilende kind liep naar buiten.
  • Als beschrijving van de manier: Ze kwam rennend de kamer binnen.

Een belangrijk controlepunt is het onderwerp. De zin Lopend naar school zag de meester de jongen suggereert grammaticaal dat de meester liep. Bedoel je dat de jongen liep, schrijf dan liever De jongen zag de meester terwijl hij naar school liep. Zo voorkom je een onduidelijke of verkeerd gekoppelde bijzin.

Het verschil met het voltooid deelwoord

De namen lijken op elkaar, maar de betekenis verschilt duidelijk. Het onvoltooide deelwoord beschrijft meestal een handeling die tegelijk plaatsvindt, terwijl het voltooid deelwoord verwijst naar een handeling die afgerond is of als afgerond wordt voorgesteld.

Onvoltooide vorm Voltooide vorm Betekenisverschil
De lachende jongen De jongen heeft gelachen Het lachen is op dat moment zichtbaar tegenover een afgeronde actie.
De vallende bladeren De bladeren zijn gevallen De bladeren zijn nog onderweg tegenover de actie die klaar is.
Een groeiende plant Een gegroeide plant De ontwikkeling is bezig tegenover een resultaat.

Een simpele test helpt vaak. Kun je het woord vervangen door een zin met terwijl, dan heb je waarschijnlijk de onvoltooide vorm nodig. De hond blaffend rende naar de deur kun je begrijpen als De hond rende naar de deur terwijl hij blafte. Bij heeft geblaft ligt de nadruk juist op de voltooide actie.

Let ook op het hulpwerkwoord. Een voltooid deelwoord staat vaak samen met hebben of zijn, zoals in heeft gewerkt en is vertrokken. De vorm op -end werkt meestal anders en staat vaak los van zo'n hulpwerkwoord.

Veelgemaakte fouten bij spelling en zinsbouw

De eerste fout is de uitgang verwarren met die van de verleden tijd. Hij liep lachend naar huis bevat lachend, niet lachent. De regel blijft werkwoord plus d, ook wanneer de uitspraak niet meteen duidelijk maakt welke letter aan het einde hoort.

Een tweede fout ontstaat wanneer iemand de extra vorm gebruikt zonder te controleren wie de handeling uitvoert. Bij Fietsend naar huis zag ik een hond ben ik degene die fietst. Wie dat niet bedoelt, moet de zin herschrijven. Vooral bij langere zinnen is die controle belangrijk.

Een derde struikelblok is de extra -e. Schrijf je de vorm vóór een zelfstandig naamwoord, dan is de lachende baby correct. Staat hij achter de hoofdhandeling, dan blijft het meestal De baby kwam lachend binnen.

Mijn praktische aanpak is om drie vragen te stellen:

  1. Wat is het hele werkwoord?
  2. Gebeurt de handeling tegelijk met de hoofdhandeling?
  3. Staat de vorm vóór een zelfstandig naamwoord en is daarom een -e nodig?

Een begrijpelijke oefenaanpak voor kinderen met dyslexie

Bij dyslexie helpt het meestal om betekenis en spelling niet tegelijk als één grote opdracht aan te bieden. Ik zou eerst de handeling laten herkennen en pas daarna de uitgang oefenen. Laat een kind bijvoorbeeld de twee acties aanwijzen in De kat sluipt miauwend naar de keuken en vervolgens alleen het werkwoord miauwen omzetten.

Een kleurcode kan de structuur zichtbaar maken. Markeer de hoofdhandeling blauw, het hele werkwoord groen en de uitgang -d rood. Bij een zin als De jongen loopt fluitend naar huis wordt dan direct zichtbaar dat loopt de hoofdhandeling is en fluitend de gelijktijdige extra handeling.

Korte oefenreeksen werken vaak beter dan één lange bladzijde. Begin bijvoorbeeld met vijf woorden per keer, zoals lachend, lopend, zingend, spelend en lezend. Laat het kind daarna met twee van die woorden een eigen zin maken. Zo oefent het niet alleen de spelling, maar ook het juiste gebruik.

Een ezelsbruggetje mag helpen, maar controleer altijd de betekenis. Alleen onthouden dat er een d achter komt is niet genoeg wanneer een kind niet ziet waarom zingend in een zin past. De combinatie van regel, beeld en voorbeeldzin geeft doorgaans meer houvast dan losse rijtjes.

Van losse regel naar zeker taalgevoel

Wie deze werkwoordsvorm goed wil leren, hoeft geen lange lijst uitzonderingen uit het hoofd te kennen. Begin met de kern: zoek het hele werkwoord, voeg -d toe, controleer of de handeling gelijktijdig gebeurt en kijk daarna pas of er voor een zelfstandig naamwoord nog een -e nodig is.

Mijn advies is om nieuwe voorbeelden hardop te lezen. Hoor je twee handelingen die op hetzelfde moment plaatsvinden, dan wordt de functie vaak vanzelf duidelijker. Met korte zinnen als De hond rende blaffend weg en Het blaffende dier rende weg zie je bovendien meteen hoe dezelfde vorm zich aan de zin aanpast.

Veelgestelde vragen

Neem het hele werkwoord en voeg -d toe. Zo worden lachen, lopen en zingen bijvoorbeeld lachend, lopend en zingend. Schrijf dus wordend met een d, ook al schrijf je hij wordt met dt.

Staat de vorm vóór een zelfstandig naamwoord, dan komt er meestal een -e achter: een huilend kind, maar het huilende kind. Na de hoofdhandeling blijft de vorm meestal zonder -e, zoals in De baby kwam lachend binnen.

Een onvoltooid deelwoord beschrijft meestal een handeling die tegelijk met de hoofdhandeling gebeurt, zoals in De hond rende blaffend weg. Een voltooid deelwoord verwijst naar een afgeronde handeling en staat vaak met hebben of zijn, zoals heeft geblaft of is vertrokken.

Laat het kind eerst de handelingen herkennen en oefen daarna de spelling. Een kleurcode kan helpen: markeer de hoofdhandeling blauw, het hele werkwoord groen en de uitgang -d rood. Korte reeksen van vijf woorden, gevolgd door eigen zinnen, geven extra houvast.
Beoordeel het artikel

Gemiddeld: 5.0 / 5 · 2 beoordelingen

Tags

voltooid deelwoord persoonsvorm dyslexie onvoltooid deelwoord

Bericht delen

Autor Katelyn Wintheiser
Katelyn Wintheiser
Mijn naam is Katelyn Wintheiser en ik heb 13 jaar ervaring in het ondersteunen van leerlingen met leeruitdagingen, waaronder dyslexie. Mijn interesse in dit vakgebied is ontstaan uit een verlangen om kinderen te helpen hun volledige potentieel te bereiken, ongeacht de obstakels die ze tegenkomen. Ik vind het bijzonder waardevol om te werken aan taal, rekenen en studievaardigheden, en ik richt me op het vereenvoudigen van complexe onderwerpen zodat ze toegankelijk worden voor iedereen. In mijn werk ben ik altijd op zoek naar de meest actuele en betrouwbare informatie. Ik vergelijk verschillende bronnen, volg trends en organiseer kennis op een duidelijke manier. Mijn doel is om ouders en opvoeders nuttige en begrijpelijke inzichten te bieden, zodat zij beter kunnen inspelen op de behoeften van hun kinderen. Door mijn ervaring en betrokkenheid hoop ik een positieve impact te maken op het leerproces van kinderen met dyslexie.
Reacties (0)
Reactie toevoegen